Toernooiconditie.

11-01-2019   sb

In 1990 zat Ton Sijbrands zich erover te beklagen dat Nederlandse spelers tegen het eind van een toernooi minder goed spelen omdat ze er in de tweede toernooihelft doorheen zitten.

En inderdaad Jannes van der Wal, Rob Clerc, Geert van Aalten en Jos Stokkel verloren in 1990 allen van Alexei Tsjizjov terwijl ze remise speelden tegen Ton Sijbrands. Landgenoten komen in het begin van een toernooi tegen elkaar. En toen waren ze nog fris. De kunst is toch om het tot het eind van het toernooi vol te houden. Dat scheelde voor Ton dus vier punten, terwijl hij twee punten achter de toernooiwinnaar Tsjizjov eindigde.

Dit patroon werd recent nog eens bevestigd in het WK van 2017. Schwarzman profiteerde van het feit dat Martijn van Ijzendoorn er door zat. Hij zat gesloopt achter het bord zoals bondscoach Rob Clerc opmerkte in de Volkskrant.  Voor Schwarzman een buitenkansje en de reden dat hij nu in de tweekamp tegen Roel Boomstra mag spelen.

Toernooiconditie, tot het eind goed blijven spelen, is belangrijk  om kampioen te worden. Binnen de KNDB wordt daar zeker op getraind. Vooral na de ervaringen in het verleden.  Rustdagen zijn nuttig en noodzakelijk, bij de match in het WK schaken was er na twee schaakpartijen een rustdag. In deze match zijn er geen rustdagen. De drie dagen tussen de tweede en derde partij waren er omdat oud en nieuw er tussen vielen. Gelukkig voor de spelers was de eerste barrage niet nodig na de winst van Roel Boomstra, zodat er die zondag toch een rustdag was. Het ontbreken van rustdagen zal ongetwijfeld in het voordeel van Boomstra zijn. Gezien zijn leeftijd en ook zijn fysieke conditie zou hij voordeel moeten hebben.